BERGPASSEN
![]() |
![]() |
|---|
De beroemde Marmolada.
Geen Dolomietenmassief dat zo sterk vergletsjerd is als de Marmolada. Het toppunt van het massief, de Punta Penia (3342 m) is ook het hoogste punt van de Dolomieten. De Punta Penia (alleen voorbehouden aan zeer goede bergbeklimmers) is het gemakkelijkst te bereiken vanaf het bergstation (Rif Punta Rocca) van de zweefbaan vanuit Malga Ciapela.
Op de top heeft u een zeer weids uitzicht over de Dolomieten
met daarachter (van west naar noordoost) de gletsjers van de Adamello, Ortles, Oetztaler Alpen, Stubaier en Zillertaler Alpen, Vedrette di Ries, Venediger- en Glocknergruppe.
Aan de zuidkant heeft de Marmolada hoge, kale steile wanden.
Naar het noorden loopt het gebergte niet zo steil af en zijn de kale toppen met gletsjerijs en eeuwige sneeuw bedekt tot vlak boven de Fedaiapas. Aan die noordkant steken tussen de gletsjers heel eenzaam twee kale rotstoppen zonder sneeuw en ijs hun koppen omhoog: de Sasso delle Undici (2792 m) en de Sasso delle Dodici (ook wel Sasso de Mez; 2742 m)
![]() |
![]() |
|---|
De mooi gevormde noordwand boven de gletsjer heeft drie toppen, namelijk de eerder genoemde Punta Penia, ook wel Marmolada genoemd (3342 m), de Punta di Rocca (3259 m), een ideale skitop vanwaar drie mooie afdalingen zijn te maken, en de Monte Seráuta (3218 m). Bij de Rif. Seráuta is een zomerskischool. In het noordwesten van het gebergte loopt de nauwe 'Marmolada Scharte' tussen de Gran Vernel (3198 m) en de Piccolo Vernel (3095 m) door en voert verder langs de Roda di Mulon en de Punta Cornate (3036 m). De beklimming van de Marmolada aan de zuidzijde vormde al vroeg een grote uitdaging voor bergbeklimmers. Menig klimmer kwam bij deze pogingen om. In de gebergten rondom het hoogste gedeelte van dit massief zijn echter volop wandelingen en tochten te maken, daar er vele berghutten over de Marmolada verspreid liggen.
Moeiteloos kunt u de Marmoladakam. bestijgen met de aanwezige zweefbaan vanaf de Malga Ciapela aan de Fedaiapas.
Vanuit Canazei voert een weg (verboden voor caravans)
zuidwaarts naar het dorpje Penia (1556 m). Vanuit het dorp gaan kabelbanen omhoog naar de Brunec (2486 m). Het bergstation is uitgangspunt voor een wandeling langs de toppen van de Sasso Nero (2601 m) en de Sass de Roca (2618 m) naar de Passo di S. Nicolo, om vervolgens via de Rif. Contrin af te dalen naar Penia door het kleine Val di Contrin, dat ingeklemd ligt tussen de bovengenoemde bergen en de westelijke gelegen toppen van de Marmolada.
De Rif. Contrin, vanuit Penia door het Val di Contrin in 2 uur te bereiken, is uitgangspunt voor de zeer moeilijke bestijging van de 'Marmolada Scharte'.
Gemakkelijker, maar nog altijd zwaar is de wandeling onderlangs de zuidwand van de Marmolada over de Ombrettapas naar de Rif Fallier en vervolgens de afdaling door het dalletje van de Pettorina naar Malga iapela. Waarom de Marmolada zo beroemd is, kan het best aangetoond worden door een wandeling te maken over de bekende 'Bindelweg', een 'Via Alta/Höhenweg' die de Dolomieten op zijn mooist en indrukwekkendst laat zien.



